Published on

25 Mar 2008

New Orleans

Inmiddels zijn Esther en ik weer terug uit New Orleans, in mijn kamer in Baton Rouge. We hebben een heerlijke tijd gehad samen. En hebben een hoop vreemde dingen gezien. Maar natuurlijk was het het leukste om samen op stap te zijn.

Zoals afgesproken kwam Esther woensdagavond laat op de luchthaven van New Orleans aan. Iets minder volgens afspraak was ik daar toen nog niet. Een vriend was zo aardig geweest aan te bieden ons van de campus en het vliegveld naar het hotel in New Orleans te brengen. Helaas ging er e.e.a. mis, waardoor hij rustig zat te eten terwijl ik over de campus aan het rennen was en Esther op het vliegveld stond. Gelukkig had Esther zijn nummer, en – in tegenstelling tot ikzelf – een werkende telefoon. Een uurtje later waren we dan toch onderweg naar het hotel. Het was inmiddels wel bedtijd voor haar – ze was inmiddels exact 24 uur wakker.

En toen waren we dus in New Orleans. Voor de eerste dag hadden we gepland de stad te bekijken; de wandeling leidde ons langs een aantal huizen uit de Franse tijd – met soms mooie, en vaker vreselijk stijlloze hekken – plus een aantal plaatsen waar twee eeuwen geleden een interessant gebouw had gestaan. Kortom, dit volk heeft echt geen geschiedenis. En nadat we over Bourbon Street hadden gelopen, wilden we daar aan toevoegen: en geen stijl ook.

Over het algemeen is het zuiden van Amerika tamelijk streng gelovig, en dus meestal redelijk ingetogen. Dat kon van Bourbon Street niet worden gezegd. Natuurlijk was de – meestal slechte – jazz te verwachten, en dat er een hoop barretjes waren mocht ook geen verassing zijn. Maar de hele en halve bordelen midden in de stad waren een beetje… onverwacht. Nou hebben we ook al gemerkt dat je in Amsterdam van het station naar het ballet kan lopen en in de rosse buurt terecht kunt komen – maar dat hadden we hier niet onmiddellijk verwacht.

Die avond aten we bij Antoine, een net restaurant dat denkt dat het een museum is. Het eten was wel verbazend lekker, gegeven mijn eerdere klachten. Dat zou de rest van de week zo blijven. Ik blijf mijn bedenkingen houden bij de Amerikaanse supermarkten, maar de restaurants van New Orleans zijn toch wel erg goed.

De volgende dag – inmiddels was het vrijdag – hebben we vooral een boottochtje door de “bayous” – de kreekjes – gemaakt. Het is hier natuurlijk nogal nat, en het gevolg is dat er een hoop kleine watertjes vol leven zijn. In dit geval was de belangrijkste attractie de lokale krokodillenpopulatie. Interessante feiten die we hebben geleerd:

  • een “fourty-five” is niet genoeg om een krokodillenhuid te doorboren, maar een “dot twenty-two” of “dot twenty-two-three” wel;
  • krokodillen worden gejaagd, met een strikt quotum (Esther wil deze week nog krokodillenstaart eten);
  • deze alligators en schildpadden zijn dikke maatjes, kennelijk vinden deze roofdieren deze prooidieren niet de moeite van het kraken waard;
  • het zijn luie reptielen;
  • en, het toppunt: je kunt ze lokken met marshmallows!

De volgende dag – zaterdag dus – gingen we naar Oak Alley Plantation, een van de plantages langs de Mississippi in de buurt van New Orleans. Oak Alley Plantation bestaat uit een groot huis, een enorme tuin eromheen, en de onvermijdelijke souvenirwinkel. Waar we overigens voor de verandering niet bij aankomst in gedumpt werden.

Het huis was mooi, en semi-authentiek, maar veruit het mooiste van de hele plantage was de dubbele rij majestieke eiken. Een of andere onbekende settler heeft deze 300 jaar geleden gepland.

Kortom, de plantage was, hoewel natuurlijk gebouwd over de rug en op het bloed en zweet van vele slaven, prachtig. We wilden ‘m al naar Nederland verschepen. Helaas kwamen we er, toen we terug in het hotel kwamen, achter dat we weer niet de loterij hadden gewonnen. Misschien moeten we toch maar eens proberen mee te doen.

Voor de volgende dag – zondag – hadden we niet zulke plannen. Na enig overleg en even goed rondkijken zijn we naar het aquarium gegaan. We hebben daar een hoop idiote vissen gezien, en zijn er achter gekomen dat kwallen – mits niet aangespoeld op het Noordzeestrand en ver weg van je lijf – best mooi kunnen zijn. En dat de meeste hier in het wild rondzwemmende vissen er uit zien als een goedkope plastic imitatie van zichzelf.

En toen was het al de laatste avond, en hadden we nog helemaal geen muziek gehoord – en New Orleans is natuurlijk bekend om zijn jazz en blues. Om dat probleem op te lossen zijn we maar even een kopje thee gaan drinken in een café. Het kopje thee was vrij gemiddeld, maar de jazz was wel geslaagd.

Maandag was het al weer tijd om naar huis te gaan. We hebben, wederom na enige verwikkelingen, de Greyhound en lokale bus terug naar de campus genomen. De rest van de week gaan we in en om LSU nog een paar dingen doen.

We hebben een heerlijke week gehad, en hopen jullie allemaal snel weer te zien!