Published on

28 Apr 2008

Vriendelijke mensen

Wie mij kent, zal weten dat ik mijn ideeën over de gemiddelde Amerikaan heb. Een beetje meer politiek bewustzijn zou sommige fouten voorkomen. En hij, of zij, kan niet koken. Maar er zijn ook wel wat positieve dingen te melden.

Gisteren ging ik met de bus naar de vreselijke Wal-Mart, “waar ze alles hebben behalve goede smaak.” Nu is het openbaar vervoer hier bepaald geen pretje. Nog afgezien van het feit dat je vrijwel nergens kunt komen, rijden er te weinig bussen, niet op tijd, en niet ‘s avonds. Maar soms kun je niet anders.

Op zondag – ja, zondag – rijdt er een bus van campus naar de Wal-Mart. In theorie. Maar goed, als ik een andere bus nam en op het busstation overstapte kon ik er ook komen.

Laat ik eerlijk zijn: ik mag deze gigantische winkel vreselijk vinden, maar ik heb er wel een hoop gekocht. Ten eerste is alles erg goedkoop (mede door de zwakke dollar); ten tweede hebben ze een enorm assortiment; ten derde wil ik zo min mogelijk met de bus reizen; en ten vierde zijn de verpakkingen zo idioot groot dat je wel veel moet kopen als je een beetje variatie wilt.

Kortom, ik stommelde beladen met kilo’s en kilo’s boodschappen naar de uitgang. Om een lang en vervelend verhaal kort te maken, na anderhalf uur stapte ik eindelijk op de bus, en nog een uur later was ik eindelijk, doorweekt en wel, thuis.

Al die tijd was ik natuurlijk de domme buitenlander die veel te veel boodschappen had gekocht en maar half wist waar hij heen moest. Toch was iedereen vriendelijk, behulpzaam, en vooral geamuseerd door de enorme stapel die ik achter me aan sleepte.

Ik heb gezellig gekletst met een dame van een jaar of 50 bij de bushalte en in de bus. De chauffeur van een van de bussen deed erg z’n best om mij te helpen. (Hij deed meer kwaad dan goed, maar met de beste bedoelingen.) Op campus kreeg ik de laatste paar honderd meter een lift, zodat ik niet alles door de inmiddels losgebarstte hoosbui hoefde te sleuren. En mijn mede-passagiers deden erg hun best om me te helpen met mijn boodschappen en de aansluitingen.

Ik zal niet zeggen dat het hartverwarmend was – als ik heel eerlijk ben was ik zelfs na al deze goede bedoelingen nog steeds koud, nat, en miserabel – maar het herinnerde me er wel aan dat de gemiddelde Amerikaan, ondanks al z’n fouten, uiteindelijk een vriendelijk mens is.